Achtergrond Zwangerschap en bevalling gaat door de goede verloskundige zorg vaak buiten beeld van de praktijk. Toch kunnen ouders vragen hebben aan de praktijk. Juist na de bevalling kan dit zo zijn. Om die reden zoekt de praktijk actief contact met de ouders. Dit gebeurt via een kraamtelefoontje, tenzij er aanleiding is om een visite af te leggen (buiten beschouwing van dit protocol).
Werkinstructie De assistente belt 2 weken na de bevalling met de kraamvrouw en informeert naar onderstaande 7 onderwerpen. De assistente legt verslag van het gesprek in het medisch dossier van de vrouw en bij relevante problemen van het kind ook bij deze en maakt een overleg aan in de assistentenmodule.
1. Vraag naar bevalling en eventuele traumatische belevenis. Bij eventuele medische vragen kan de huisarts op een later moment terugbellen.
2. Huidige gezondheidstoestand van moeder en kind. Algemene vraag gericht op het onderkennen van sombere stemming van moeder. Gericht vragen of moeder kan genieten van de baby.
3. Verloop van voeding. De fysiologische manier van voeden van een pasgeboren kind is het geven van borstvoeding. Tot een leeftijd van ongeveer zes maanden is het geven van alleen moedermelk voldoende. Stimuleer het geven van borstvoeding. Zijn er problemen of vragen, verwijs dan naar de huisarts of lactatiedeskundige (borstvoedingscentrumzwolle.nl, 4527072, Assendorperstraat 236, Zwolle).
4. Huilen; vraag of de baby veel huilt en probeer te achterhalen of dit een probleem is voor het gezin. Gemiddeld huilt een gezonde zuigeling 90 tot 120 minuten per dag gedurende de eerste 3 levensmaanden. Het huilen neemt geleidelijk toe vanaf de geboorte en bereikt omstreeks de leeftijd van 6 weken een piek van gemiddeld 2,5 uur per dag. De variatie is groot en per dag kan het huilen bij een kind variëren. De definitie van een huilbaby is volgens 'de regel van drie'. Volgens deze definitie huilt een huilbaby meer dan drie uur per dag, gedurende drie dagen per week, gedurende drie weken. Uit Nederlands onderzoek van opgenomen huilbaby's blijkt slechts in een klein percentage een medische oorzaak te worden gevonden.
5. Stoppen met roken. Is de vrouw vanwege de zwangerschap gestopt met roken dan is het goed om aan te moedigen dat ze dit ook na de zwangerschap volhoudt. Van alle vrouwen die minimaal 6 maanden gestopt zijn met roken tijdens of net voor de zwangerschap blijkt 70% binnen het jaar weer te roken.
6. Anticonceptie. Informeer naar vragen over anticonceptie. Hieronder staan richtlijnen voor het starten van orale anticonceptie en plaatsen van een spiraal. Bij onduidelijkheid kan de huisarts terugbellen. - Bij keuze voor pil bij borstvoeding: start na 6 weken, met allen progestageen (Desogestrel). - Bij keuze voor pil bij flesvoeding: start na 3 weken combinatiepreparaat of na 2 weken pil met alleen progestageen. - Bij keuze voor spiraal: plaatsing na 8 weken.
7. Incontinentie. Bied aan dat de huisartsenpraktijk bij aanhoudende klachten van urineincontinentie vanaf 6 maanden na de bevalling begeleiding geboden kan worden. Ongewild urineverlies komt vaak voor en kan goed behandeld worden.
Protocol
Zwangerschap en bevalling gaat door de goede verloskundige zorg vaak buiten beeld van de praktijk. Toch kunnen ouders vragen hebben aan de praktijk. Juist na de bevalling kan dit zo zijn. Om die reden zoekt de praktijk actief contact met de ouders. Dit gebeurt via een kraamtelefoontje, tenzij er aanleiding is om een visite af te leggen (buiten beschouwing van dit protocol).
Werkinstructie
De assistente belt 2 weken na de bevalling met de kraamvrouw en informeert naar onderstaande 7 onderwerpen. De assistente legt verslag van het gesprek in het medisch dossier van de vrouw en bij relevante problemen van het kind ook bij deze en maakt een overleg aan in de assistentenmodule.
1. Vraag naar bevalling en eventuele traumatische belevenis.
Bij eventuele medische vragen kan de huisarts op een later moment terugbellen.
2. Huidige gezondheidstoestand van moeder en kind.
Algemene vraag gericht op het onderkennen van sombere stemming van moeder. Gericht vragen of moeder kan genieten van de baby.
3. Verloop van voeding.
De fysiologische manier van voeden van een pasgeboren kind is het geven van borstvoeding. Tot een leeftijd van ongeveer zes maanden is het geven van alleen moedermelk voldoende. Stimuleer het geven van borstvoeding. Zijn er problemen of vragen, verwijs dan naar de huisarts of lactatiedeskundige (borstvoedingscentrumzwolle.nl, 4527072, Assendorperstraat 236, Zwolle).
4. Huilen; vraag of de baby veel huilt en probeer te achterhalen of dit een probleem is voor het gezin.
Gemiddeld huilt een gezonde zuigeling 90 tot 120 minuten per dag gedurende de eerste 3 levensmaanden. Het huilen neemt geleidelijk toe vanaf de geboorte en bereikt omstreeks de leeftijd van 6 weken een piek van gemiddeld 2,5 uur per dag. De variatie is groot en per dag kan het huilen bij een kind variëren. De definitie van een huilbaby is volgens 'de regel van drie'. Volgens deze definitie huilt een huilbaby meer dan drie uur per dag, gedurende drie dagen per week, gedurende drie weken. Uit Nederlands onderzoek van opgenomen huilbaby's blijkt slechts in een klein percentage een medische oorzaak te worden gevonden.
5. Stoppen met roken.
Is de vrouw vanwege de zwangerschap gestopt met roken dan is het goed om aan te moedigen dat ze dit ook na de zwangerschap volhoudt.
Van alle vrouwen die minimaal 6 maanden gestopt zijn met roken tijdens of net voor de zwangerschap blijkt 70% binnen het jaar weer te roken.
6. Anticonceptie.
Informeer naar vragen over anticonceptie. Hieronder staan richtlijnen voor het starten van orale anticonceptie en plaatsen van een spiraal. Bij onduidelijkheid kan de huisarts terugbellen.
- Bij keuze voor pil bij borstvoeding: start na 6 weken, met allen progestageen (Desogestrel).
- Bij keuze voor pil bij flesvoeding: start na 3 weken combinatiepreparaat of na 2 weken pil met alleen progestageen.
- Bij keuze voor spiraal: plaatsing na 8 weken.
7. Incontinentie.
Bied aan dat de huisartsenpraktijk bij aanhoudende klachten van urineincontinentie vanaf 6 maanden na de bevalling begeleiding geboden kan worden. Ongewild urineverlies komt vaak voor en kan goed behandeld worden.